Ekster

Door: Floris Wouterlood - 29 november 2018

Sommige mensen vinden hem maar een parmantig baasje, deze langstaartige kraaiachtige die je overal in het Singelpark aantreft. Nestelen doen eksters meestal in een groot nest hoog in een boom, dus kijk regelmatig omhoog als je op zoek bent naar eksters in deze levensfase.

Een ekster is net als z’n neefjes (kraaien, kauwtjes, roeken en raven) een weinig kieskeurig baasje. Zijn kostje scharrelt hij op de grond bij elkaar. Hij eet liefst insecten en aas, maar plantaardig voedsel zoals zaden werkt hij evengoed naar binnen als de honger maar groot genoeg is. In het voorjaar, als de ekster hongerige kuikens heeft, wil hij ook wel eieren en jongen van andere vogels roven om die aan zijn eigen jongen te voeren.

Eksters vormen levenslange broedparen. Samen met de uitgevlogen jongen vormen ze nog een tijdje een gezin, maar verder leven eksters niet in groepen. Jonge eksters kunnen als een soort hangjongeren een tijdje groepjes vormen die hun deel van het Singelpark op stelten zetten. Vermakelijk is dat zulke groepjes soms katten pest, dat wil zeggen dat ze schijnaanvallen uitvoeren op hun slachtoffer.  Andere vogelsoorten en ook zoogdieren kunnen baat hebben van deze pestpartijtjes want ze worden door dit gedrag gewaarschuwd dat er een predator op pad is.

Ekster – foto: Skarabeusz – (Wikipedia) Eigen werk Skarabeusz, CC BY-SA 2.5

Zodra een ekster na een vlucht neerstrijkt wordt de lange staart meteen omhoog getild, en zorgvuldig van de grond gehouden. Dominante eksters hebben een langere staart dan de wat bedeesder exemplaren. Kop, nek en borst zijn glanzend zwart met vaak een metaalgroene of -blauwe glans; de buik en schouders zijn zuiver wit; de vleugels hebben een groene weerschijn. Poten en snavel zijn zwart.

Eksterjongen lijken op de ouders, maar hebben aanvankelijk niet dezelfde weerschijn op de roetzwarte delen van hun verenkleed. Net als bij andere kraaiachtigen wandelen ze over de grond, maar als ze worden aangetrokken door voedsel of door een bijzonder voorwerp verplaatsen ze zich met kleine sprongetjes zijwaarts, met de vleugels iets open gespreid.

Eksters zijn nieuwsgierige vogels en onderzoeken alles wat voor hen nieuw is. Wellicht hierom hebben ze de naam dat ze blinkende objecten zoals ringen zouden verzamelen of zelfs eten. De ekster is niet bang voor mensen.

Nesten van eksters zijn echte kraaiennesten: bolvormig, vrij grote bouwsels van takken, dat meestal op de vork van een tak in een hoge boom. De bodem van het nest is bedekt met een laag fijne aarde en/of klei. De nestkuil is meestal gebouwd van fijne wortels, die in een uniform vlechtwerk worden verwerkt. De meeste nesten hebben een kap-achtige bovenbouw die dient ter bescherming tegen opdringerige of hongerige neefjes (kraaien) of roofvogels. Legsels bestaan meestal uit 5 tot 8 eieren, en dat gebeurt eenmaal per jaar. Eksterkuikentjes zijn nestblijvers die heel wat zorg nodig hebben.