Op de bank van de Koningin van het Levenslied

Door: Louis Smit - 23 juli 2021

Wandel naar het Kaarsenmakerplein dat grenst aan het Lakenpark en neem plaats op de bank van de Zangeres Zonder Naam. Sta in gedachten stil bij haar liedjes en haar leven dat op 5 augustus 1919 op een steenworp daarvandaan begon.

Wat je kunt doen is dit. Je koopt een flesje frisdrank bij de supermarkt en dat maak je open met de flessenopener annex kurkentrekker die een attente ziel heeft bevestigd aan de Hapynionbrug, de voetgangersbrug bij de hoek van de Nieuwe Rijn en de Kaarsenmakersstraat. Geen alcohol, want dat zou de Zangeres zonder Naam niet goedkeuren. Vervolgens loop je in de richting van het zojuist officieel geopende Lakenpark en laat je je neer op de grote houten bank links. Deze is daar geplaatst ter ere van Mary Bey, de latere Zangeres zonder Naam. Zij werd geboren in een kinderrijk gezin in de -inmiddels verdwenen- Weversstraat, een zijstraat van de Groenesteeg.

Koningin

In 1943 verhuisde ze naar Maastricht, waar ze haar toekomstige man Sjo Servaes leerde kennen, metaalbewerker en later vrachtwagenchauffeur. Zij trouwden in 1948, het huwelijk bleef kinderloos. In 1957 kreeg ze haar eerste platencontract bij producer Johnny Hoes, wat het begin was van een prachtige zangcarrière, die haar de bijnaam Koningin van het Levenslied opleverde. Omstandigheden en verwikkelingen, die haar biograaf Ben Holthuis uitvoerig beschrijft in zijn boek “Sterven zonder Naam”, zorgden er helaas voor dat haar laatste levensjaren triest waren en ze in 1998 berooid overleed in het Limburgse Horn.

Tranentrekkers

Terug naar Leiden en naar de bank van de Zangeres zonder Naam. In totaal nam zij zo’n 550 liedjes op waarvan er veel hits werden. Op de bank zie je tekstfragmenten van romantische meezingers als “Mandolinen in Nicosia”, “Mexico” en “’t Was aan de Costa del Sol”. Maar ze kon veel meer.
Een succes in het tranentrekkende smartlapgenre is bijvoorbeeld “De vlieger”, een lied uit 1929 van het Duo Hofmann. Dat gaat over een jongetje dat langs een vliegertouw ansichten stuurt naar zijn overleden moeder in de hemel. Interessant is dat collega-volkszanger André Hazes later, in 1977, ook een lied uitbracht dat “De vlieger” heette. Dat heeft een andere tekst maar ongeveer hetzelfde thema. Hazes scoorde er een flinke hit mee.

Activisme

Een ander deel van haar repertoire is activistisch en politiek. Zo wordt zij wel “De Moeder aller homo’s” genoemd omdat zij het voor hen opnam: “Maar beste vent, hou gerust van je vriend, en strijd voor je rechten, desnoods ervoor vechten”. Zij zong het in 1977 op een benefietconcert in het Concertgebouw in Amsterdam, een actie tegen wat een heksenjacht op homo’s in Amerika heette. Aan de manifestatie namen onder anderen ook Pia Beck, Robert Long en Henk Krol deel.
In 1966 had zij “Hij was maar een neger” uitgebracht, dat racisme aan de kaak stelde. Heel bekend van haar is ook een lied tegen alcoholmisbruik uit 1959: “Ach vaderlief, toe drink niet meer”. Dat liedje doet denken aan de propaganda tegen alcoholmisbruik met de slogan “Ach! vader, niet meer”, vaak geparodieerd als “Acht vader, niet meer”.

Erkenning

De Zangeres zonder Naam werd algemeen beschouwd als een artieste voor het “gewone volk”. De schrijver Gerard Reve tilde haar volgens velen naar een hoger cultureel plan door de “pseudo-intellectuelen van radio en televisie” te hekelen die haar werk “boycotten”. Hij zei dit toen hem in 1969 in een kerk in Amsterdam de P.C. Hooftprijs werd uitgereikt, de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs voor een oeuvre. Hij had de wens geuit dat juist de Zangeres zonder Zaam zou optreden bij de huldiging. Zij zong er “De vlieger”. “Niet al haar teksten zijn even sterk, maar ik vind haar werk mooi”, beklemtoonde Reve.

De biograaf van de Zangeres zonder Naam, Ben Holthuis, vertelt dat Jan Wolkers, schrijver uit de Leidse regio, producer Johnny Hoes groen van jaloezie opbelde om erover te klagen dat hij het optreden bij Gerard Reve had goedgevonden.

Lucebert

Bijzonder was dat de Zangeres zonder Naam van een andere P.C.Hooftprijs-winnaar, de dichter Lucebert, zijn lied “De soldatenmoeder” mocht vertolken. In een interview in 1969 vertelde zij hoe belangrijk de steunbetuigingen van Reve en Lucebert voor haar waren: “Als twee winnaars van de P.C. Hooftprijs openlijk getuigen dat ze mij waarderen, dan mag iedereen het zeggen. Ik weet hoeveel mensen uit intellectuele kringen platen van mij kochten, maar dat geheim hielden. Zij durfden er voor hun buren of vanwege hun geleerdheid niet voor uit te komen.”

Leiden

Showbizzjournalist Henk van der Meyden van De Telegraaf schreef vlak na haar dood dat Mary Servaes-Bey in ons land was “wat men nu een mega-ster noemt”. Ook plakte hij op haar het etiket “cult-figuur”. Wat je ook van de gelikte kwalificaties van Van der Meyden vindt, Leiden mag er trots op zijn dat het wiegje van Mary Bey in deze stad stond. En trots zijn Leidenaren ook op haar, zoals eens te meer bleek in het recente televisieprogramma “Typisch Leiden”. Daarin werd ze uitgebreid herdacht.

In juni 1988 kreeg ze de erepenning van de stad Leiden. Een ander eerbetoon was de enorme schildering van haar gezicht op een muur in restaurant City Hall in het Leidse stadhuis. In het wijkje Vlietpoort is een straat naar haar genoemd.

Nu is er de bank op het Kaarsenmakerplein – deel van het Lakenpark – die elke voorbijganger herinnert aan de populariteit die deze Leidse vrouw van bescheiden komaf met haar muzikale prestaties wist te verwerven.