Witte Singel van de andere kant bekeken

Door: Louis Smit - 28 oktober 2021

De relaxte binnenroute van het Singelpark langs de Hortus Botanicus en de Sterrenwacht is natuurlijk fantastisch, maar de zaak van de andere kant bekijken en aan de overzijde langs de Witte Singel een leerzaam wandelingetje maken is dat ook. Zoek even geen kastanjes, maar kijk omhoog naar de huizen en de gebouwen. Vanaf de Witte Rozenstraat tot aan het Noordeinde is er veel te zien. In het parkje Oud Hortuszicht begint het al met een opmerkelijk muurgedicht dat in spaghetti-slierten lijkt te zijn geschreven.

Dat gedicht is van een Georgische dichter, Sjota Roestaveli  (1172-1216). Het is een deel van zijn epos “De ridder in het pantervel”, zijn bekendste werk. Enkele strofen die op de zijmuur van Witte Rozenstraat 1 zijn aangebracht: “Als het lot, dat allen treft, ook mij zal treffen, zal ik sterven als vreemdeling in een vreemd land. Ik heb talloze bezittingen die niemand kan wegen; geef de kostbaarheden aan de armen; geef de slaven de vrijheid.”
Over het ontstaan van het slierterige Georgische schrift gaat de volgende anekdote. De Armeense geleerde Mesrop Mashtots (362-440) had een alfabet voor het Armeens ontworpen. De Georgiërs waren zo onder de indruk dat zij hem vroegen voor hun taal ook zo’n mooi schrift te ontwerpen. Mashtots zou op dat moment spaghetti hebben zitten eten. Die zou hij tegen de muur hebben gekwakt en hij zou hebben geroepen: alsjeblieft, daar hebben jullie je Georgische alfabet!

Melkweg

Tegenover Roestaveli’s gedicht is er op een andere muur een eerbetoon aan de belangrijke astronoom Jan Hendrik Oort (1900-1992), wiens naam onlosmakelijk met de Sterrenwacht is verbonden. “We draaien met grote snelheid rond het centrum van de Melkweg”, staat op die muur. Oort was hoogleraar in Leiden en zeer lang directeur van de Sterrenwacht. Hij heeft het bestaan bewezen van de zogenoemde Oortwolk, een grote familie van kometen op grote afstand van de zon. Ook heeft hij belangrijk werk verricht op het gebied van ‘clusters van melkwegstelsels en de grootschalige structuur van het heelal’. Het laat een mens zich nietig voelen.

Nihil

Nietig, niets, nihil… Verderop, op het witte huis van Witte Singel 43, staat sinds jaar en dag “Sine labore nihil”. Dat betekent: zonder werk niets. Deze frase is afkomstig van de Romeinse dichter Horatius (65-8 voor Chr.). Van hem zijn ook “Carpe diem” (pluk de dag) en “Nuda veritas” (de naakte waarheid). Grappig genoeg is “Sine labore nihil” ook de naam van een arbeidsrechtelijke studievereniging. Toepasselijker kan niet: zonder arbeid is er niets en dus ook geen arbeidsrecht.

Schatkamer

Van zoveel geleerdheid en wijsheid is het een kleine stap naar de schatkamer van geleerdheid en wijsheid die universiteitsbibliotheek heet. Die stamt uit 1575, het jaar waarin de universiteit Leiden werd opgericht. Ze bevat miljoenen bronnen van hoge kwaliteit, van Oosterse manuscripten en E-books tot brieven en tekeningen. Wat opvalt is dat op de gevel zo prominent in het Engels “Leiden University Library” prijkt.
Is dat een knieval voor buitenlandse studenten die de Leidse universiteit zo graag aantrekt maar die niet het respect kunnen opbrengen om althans een beetje Nederlands te leren? “Dat is zo’n moeilijke taal”, zeggen ze dan. Ja, hallo. Weet je wat moeilijk is? Georgisch! Ga maar even kijken bij het muurgedicht van Roestaveli. Volgens cijfers uit 2020 nam het aantal internationale studenten aan de Universiteit Leiden in 12 jaar toe van 651 tot 4.439 in 2020. Dat is meer dan 15% van het totale aantal studenten aan de universiteit (ca. 27.700).

Leidsch Dagblad

Aan het eind van de Witte Singel, op de hoek van het Noordeinde, staat het borstbeeld van Rembrandt uit 1906 van beeldhouwer Toon Dupuis. Het lijkt of Rembrandt naar het gebouw van het Leidsch Dagblad staart, maar hij kijkt er net langs. Dat gebouw werd in 1916/1917 specifiek voor deze krant ontworpen door architect Willem Marinus Dudok. Dudok is bekend van onder meer het stadhuis in Hilversum en van de behuizing van het Bonaventuracollege aan de Burggravenlaan in Leiden.
Het mooie gebouw vol ornamenten bood plaats aan de redactie, erachter lag de hal voor de drukkerij. Het Leidsch Dagblad is er niet meer gevestigd. Sinds 2000 zit het Kantongerecht Leiden erin.

Bromsnorcurve

De krant, met een oplage van ca 35000, is momenteel onderdeel van het Mediahuis, een gigantisch mediaconcern. Hij overleefde concurrenten als de Leidse Courant (katholiek) en de Nieuwe Leidse Courant (protestants).

Van 1972 tot 1979 was Han Mulder hoofdredacteur van het Leidsch Dagblad. Onder zijn bewind bereikte de krant de mijlpaal van 50.000 abonnees, herinnert Ruud Paauw zich, zijn toenmalige adjunct. Volgens hem introduceerde Mulder nieuwe begrippen waaronder de “Bromsnorcurve”: hoe kleiner het dorp hoe groter de mond van de burgemeester.