Daar kan de schoorsteen niet van roken

Door: Louis Smit - 19 november 2021

De fabrieksschoorsteen met zijn rookpluimen was in vroeger dagen een symbool van voorspoed. Maar inmiddels is hij in een kwade reuk komen te staan als medeveroorzaker van een onwenselijke klimaatverandering. De politiek doet er alles aan om te zorgen dat schoorstenen niet meer roken. Toch zijn het vaak prachtige stukken industrieel erfgoed. Ook in Leiden zijn er interessante exemplaren en de alerte waarnemer kan er op zijn Singelparkwandeling enkele tegenkomen.

Een beetje industriestad zag er vroeger uit als een woud van schoorstenen. Dat beeld leeft nog voort: menig bord bij een bedrijventerrein toont nog steeds een fabriek met een rokende schoorsteen. Fabrieksschoorstenen kwamen met de uitvinding van de stoommachine in de 19de eeuw, een van de grootste revoluties ooit. Om stoom op te wekken werd een ketel water verhit door verbranding van kolen en de verbrandingsgassen werden afgevoerd via een schoorsteen. Als gevolg van andere productieprocessen in de jaren ’60 en ’70 werden veel fabrieken en hun schoorstenen gesloopt.
Er bestaat overigens een stichting die ijvert voor selectief behoud: de Stichting Fabrieksschoorstenen (STIF). Dat is maar goed ook, want net als kerktorens vormen schoorstenen vaak een markant onderdeel van de skyline van een stad. Ze herinneren aan wat destijds vooruitgang was en wat de basis legde voor grootschalige productie.

De Grof

Laten we beginnen met de minst schoorsteenachtige schoorsteen op de Singelparkroute. Dat is een bouwwerk in het Ankerpark dat meer lijkt op een grote waterput. Het is het restant van een schoorsteen van de N.V. Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij. Dit metaalbedrijf stond in Leiden bekend als “De Grof”.
Het werd opgericht in 1836. Op het hoogtepunt werkten er zo’n 700 mensen. Zij goten onder meer putdeksels en molenassen. Het maken van zware kettingen en ankers was lange tijd een belangrijke tak van het bedrijf. Het Ankerpark dankt er zijn naam aan en een scheepsanker herinnert aan het industriële verleden van deze plek. In 1966 fuseerde De Grof met een scheepswerf uit Amsterdam. In de jaren 70 ging het snel bergafwaarts en in 1978 werd faillissement aangevraagd.

 

De Arend

Niet ver van de Zijlpoort is aan de Herensingel de opmerkelijke schoorsteen van de voormalige wasserij en stomerij De Arend. Je kunt er dichtbij komen door de smalle Niek Engelschmanstraat in te lopen. De schoorsteen torent eenzaam boven de huizen uit. De vergunning werd verleend met als voorwaarde dat de schoorsteen minstens 25 meter boven de grond uitkwam.
Aardig is de bondige beschrijving van de schoorsteen: “Bedrijfsschoorsteen, taps toelopend van rode baksteen uit 1932 naar ontwerp van G.H.G. Groenewegen. In witte baksteen is de naam van de wasserij, De Arend, in de schoorsteen gemetseld. De bovenzijde van de schoorsteen is sober geornamenteerd met gemetselde banden. Het basement van de schoorsteen is geïntegreerd in een uitbouw die bij de, thans gesloopte, wasserij/stomerij behoorde.”

 

Energiecentrale

De schoorsteen van De Arend is een gemeentelijk monument. Zo’n monument is ook de energiecentrale tussen de Langegracht en de Maresingel, in de volksmond De Lichtfabriek. Het is een industrieel pronkstuk van het Energiepark. Net zo’n pronkstuk trouwens als “Nieuwe Energie”, het oude gebouw van de spinnerij van de voormalige textielfabriek Clos & Leembruggen.
De schoorsteen van de centrale werd in 1952 gebouwd door bouwbedrijf De Ridder uit Leiderdorp. Met zijn 80 meter stond hij te boek als het hoogste bouwwerk van Leiden. Hij is dan ook van verre zichtbaar. De schoorsteen heeft een zogenoemde tulpenkop, waarvan er in Nederland maar weinig zijn.

Voor de schoorsteen is een origineel lichtproject bedacht, namelijk de projectie op de schoorsteen van de actuele windkracht in verschillende kleuren. Om ‘lichtvervuiling’ minimaal te houden, werd besloten de toren alleen aan de centrumzijde te verlichten.

 

Hortus

 

De Hortus botanicus is een zeer geliefde schakel in het Singelpark. Op een van de kassen daar staat een schoorsteen die, zo vertelde mij een medewerker, dateert uit de tijd dat kassen nog met kolen werden warm gestookt. Hij is goed zichtbaar van de kant van de Witte Singel.

De kas herbergt onder meer Aziatische planten en bomen. Ernaast staat een kas met ‘moderne schoorstenen’. Het gaat om een kas met speciale bloembollen. De kas is zo gebouwd dat het daarbinnen niet te warm of te koud kan worden. Hij heeft ‘schoorstenen’ waar kleppen in zitten. Via die kleppen kan er frisse lucht naar binnen stromen.

De schoorsteen leeft voort

Hoewel schoorstenen in het verdomhoekje zitten, figureren zij nog steeds in ons taalgebruik. “Jan rookt als een schoorsteen.” “Marie is een wandelende schoorsteen.” “Daar kan de schoorsteen niet van roken.” “Waar de schoorsteen rookt is het goed vrijen.” “Van liefde rookt de schoorsteen niet.” “De oven verwijt de schoorsteen dat hij zwart ziet.” “Raak een schoorsteenveger aan want dat brengt geluk.” En de Ghost Rockers zingen uit volle borst dat de Pakjespiet vastzit in de schoorsteen.