Elektriciteit en stadswarmte

Door: Floris Wouterlood - 20 februari 2017

In 1635 werd aan de Marepoorte stadswal op de plaats van het verdedigingswerk ‘Papegaaie Bolwerk’, een begraafplaats gevestigd. In 1902 werd deze opgeheven, het bolwerk afgegraven en een terrein bouwrijp gemaakt waarop de  ‘Stedelijke Fabrieken van Gas en Elektriciteit werden gevestigd. De schoorsteen ervan werd het hoogste bouwwerk van Leiden (80 meter).

Steenkolen voor de ketels werd over het water aangevoerd en naast de centrale opgeslagen op het terrein aan de Maresingel. Aan de noordkant van de Maresingel, waar nu de woonwijk ‘Nieuw Leyden’ is gebouwd, stonden de gashouders van de Gasfabriek.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de bedrijfsnaam in ‘Elektriciteits Bedrijf Rijnland’. Het bedrijf werd later opgenomen in Nuon dat op haar beurt werd opgekocht door het Zweedse bedrijf Vattenfall). Tegenwoordig is de centrale in Duitse handen (E.ON). De opwekinstallatie is van het type STEG/wkc (stoom-gas) met een nominaal vermogen van 110 MW.

De centrale beschikt sinds 2006 over twee gasturbines vervaardigd door General Electric. De centrale fungeert voornamelijk voor het opwekken van warmte met als ‘restproduct’ elektriciteit. Warmte wordt o.a. afgenomen door het LUMC en stadsverwarmde woonwijken.