Linde

Door: Annette ter Haar - 30 juli 2019

Lindebloesem is de zoete zomerse geur die je ruikt wanneer je langs een lint van lindes in Leiden loopt. De vrolijke hartvormige blaadjes en de gele bloemetjes begroeten je overal langs de singels. Toen ik deze winter langs het Singelpark liep om bomen uit te zoeken voor mijn verhalen, keek ik zomaar langs de lindes op de Rijnsburgersingel heen en viel de enige els mij op met haar mooie zwarte elzenpropjes. Maar nu, wandelend langs het mooie nieuwe Singelpad vanaf de nieuwe Valkbrug met haar 1574 spijlen, was het haar geur die mij uitnodigde om op onderzoek uit te gaan naar deze linde aan de Rijnsburgersingel.

Linde, lieveheersbeestjes, luizen en hommels

De Linde, Tilia, hoort tot de Kaasjeskruidfamilie. Van nature komen er twee soorten Linde in ons land voor. De Zomerlinde en de Winterlinde. Het meeste komt echter de Hollandse linde, Tília x vulgáris Hayne, voor. Het is een kruising van beide wilde soorten. Je vindt op de Linde veel beestjes. Met name bladluizen voeden zich met het zoete sap uit de bladeren van de linde. Vaak worden deze bladluizen door mieren gemolken. Maar veel sap valt ook in druppeltjes naar beneden. Lieveheersbeestjes zijn de natuurlijke vijanden van de bladluizen en eten deze op.

Zomerlinde, Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

Lindes worden oud

Lindes kunnen oud worden, in Sambeek staat er één van 500 jaar oud. In Schenklengsfeld, Duitsland, staat een Tanzlinde van 1200 jaar oud en in het Westonbirt Arboretum in Gloucestershire is een Tilia Cordata die op 2000 jaar oud geschat wordt.

Het woord ‘Linde’ betekent zoveel als buigzaam, flexibel. Lindenhout is makkelijk te bewerken. Het werd en wordt gebruikt voor allerlei houtsnijwerk. Prachtige middeleeuws werk van Veit Stoss en Tilman Riemenschneider, maar ook drukwerkletters, klompen, gitaren, matroesjka’s en de houten lamellen van jaloezieën zijn van lindenhout gemaakt.
Wanneer de bast van een linde een maand lang in water ligt, komt er een vezel vrij waarvan de Ainu in Japan kleding weven. Archeologisch onderzoek wijst uit dat we dit in Europa in het Bronzen tijdperk ook deden.

http://www.ainu-museum.or.jp/en/study/eng07.html

Net als een boom, leeft, ademt en verandert de stad. Tot 1896 deed Leiden dat vooral binnen haar singels. Maar daar waren uitzonderingen op, zoals bijvoorbeeld langs de Maredijk.

De Maredijkbuurt
De Mare is een getijdenrivier, met wisselende waterstand en stroomrichting, die uitmondt op de plek waar de twee Rijnarmen samenvloeien. Langs deze rivier wordt in 1200 de Maredijk aangelegd. De velden zijn in gebruik als blekerij en warmoesgrond en er ontstaat in 1403 een stadsvrijdom buiten de Rijnsburgerpoort, die ressorteert onder Leiden. In 1611 wordt de Rijnsburgersingel aangelegd als noordgrens van deze omvangrijke stadsuitleg. Leiden is dan hard op weg de belangrijkste textielstad van Europa te worden en groeit en bloeit.

Twee broers, Herman en Reyer Evertszoon, vleeshouwer en osseweyder, nemen in 1612 landmeter Jan Pieterszoon Dou in de arm om een plankaart te maken voor het gebied dat net buiten de Rijnsburgersingel grenst aan de Maredijk. Op 24 januari 1613 vind de eigendomsoverdracht plaats van 39 kavels naar 12 eigenaars die samen een tuinvereniging vormen, de basis voor de Maredijkbuurt. Het is een gewild plekje, ‘speelhuysen’ en buitenplaatsen bieden de drukke stadsbewoners groene ruimte en rust.

Aquarel door P.C. de la Farque, ca 1778 (Regionaal Archief Leiden, PV 26.8)

Trekvaart
Aan de andere kant van de Maredijk wordt in 1657 de Mare het startpunt van de 30 kilometer lange trekvaart naar Haarlem. Deze wordt binnen een half jaar, door 1150 arbeiders volledig met de hand uitgegraven. De reis per trekschuit duurt nog maar 4 uur in plaats van de 8 uur die het duurt om over de woelige Haarlemmermeer te varen. Zo’n twee eeuwen lang ligt hier de hogesnelheidslijn van die tijd. Logement de Gouden Bal op de hoek van de Korte Mare en de Langegracht herinnert aan de vele reizigers die met de trekschuit ‘heen en weer’ gingen. Gedurende de twee eeuwen die volgden vertrokken vanuit Haarlem en Leiden negen trekschuiten per dag. In het topjaar 1677 werden er in totaal 148.000 passagiers tussen beide steden vervoerd. In totaal ging het tot het midden van de negentiende eeuw om ongeveer 14 miljoen passagiers. Zoals vaak het geval is bij belangrijke waterverbindingen, ontstaat langs de Haarlemmertrekvaart vroege industrie. De houthandel van de Firma Hoeken omvatte een uitgebreid complex met zaagmolens, loodsen, arbeiderswoningen en twee directeurswoningen. De villa Maredijk 161 is daarvan een bijzonder overblijfsel.

Sneltreinvaart
In 1821 wonen er 82 bewoners in de Maredijkbuurt. Er is een wereldberoemde bloemisterij (De Aloë), een blekerij, een traankokerij en een paar molens. Dan komt opeens de vaart erin! In 1842 wordt de spoorlijn Haarlem – Leiden zo’n beetje naast de trekvaart aangelegd. Niet alleen is de trein sneller, de reis duurt nu nog zo’n twee uur, maar ook veel goedkoper. Een ware prijzenoorlog maakt een einde aan de trekvaart. In 1852 volgt de drooglegging van de Haarlemmermeer.

Nog meer vernieuwing
Rijnsburgersingel 23 (later 61) was het adres waar in 1879 de eerste zuivelfabriek van Nederland werd gebouwd, de Leidse melkinrichting ‘De Landbouw’. Onder leiding van directeur Rinkes Borger (ook voorzitter van de tuinvereniging) werd er in 1880 2 miljoen liter melk geleverd door 40 veehouders uit de ommelanden. In 1972, nog geen eeuw later, was het voorbij. In 1892 werd de Warmonderbrug aangelegd. Die maakte in 2004 plaats voor de Heen en Weerbrug. Iets verderop aan de Maresingel wordt in 1883 de spoorlijn doorgetrokken naar de eerste gemeentelijke watergazfabriek van Nederland die van 1848 tot 1898 in bedrijf is. In 1903 start in de Pasteurstraat het openbaar slachthuis, waar in 1999 definitief het doek valt.

In beweging
Als er één plek in Leiden is die voortdurend verandert, ook in onze tijd, dan is het wel de Lammermarkt. Ons verhaal begint iets verderop, op de Beestenmarkt. Vanaf 1616 vindt hier elke vrijdag de veemarkt plaats. Koeien, varkens en schapens kwamen te voet of per schip de stad in. Ze gingen van hand tot hand in één van de vele café’s en hotels die in de buurt stonden. Alles werd cash afgerekend, handjeklap, zonder dat er een kwitantie aan te pas kwam. De Beestenmarkt groeit uit tot één van de belangrijkste veemarkten van Nederland en het wordt te krap. In 1876 wordt de Korte Langegracht gedempt en zo ontstaat de Lammermarkt. Om plaats te maken voor de grootste schapenmarkt van Nederland wordt de bestaande bebouwing in fases gesloopt. In 1876 verdwijnen de eerste huizenblokken, in 1906 volgt meer sloop en in 1935 de rest en wordt de Valkbrug gebouwd. In 1961 moet ook het Israëlitisch kerkhof wijken naar Katwijk. Ook op de Lammermarkt groeit de veemarkt uit zijn jasje.

Plannen voor een nieuwe markt ten noorden van de Maresingel en ten oosten van de Haarlemmertrekvaart worden steeds maar uitgesteld. Enerzijds gebeurt dat onder invloed van de economische crises, anderzijds omdat bij de stadhuisbrand van 1929 alle plannen zijn verbrand. In 1954 is het plan om de hele boel naar het Schuttersveld te verhuizen, in 1967 gevolgd door een initiatief van alle ondernemers om op het Schuttersveld een overdekte Martkthal te bouwen (nog steeds een topidee!). Verplaatsting van de markt kon rekenen op flinke tegenstand van café’s en hotels op de Beestenmarkt, want die deden nog altijd prima zaken. Uiteindelijk verhuis de veemarkt op 10 oktober 1969 definitief naar de Groenoordhallen.

Industrieel complex
Naast de veemarkt, bood de Lammermarkt plaats aan twee grote fabrieken: textielfabriek de Parmentier op de hoek van In Casa en de Leidse BroodFabriek op de Nieuwe Mare 1. Om met die laatste te beginnen, die maakte in 1984 plaats voor woningen die gebouwd werden door Kavel BV uit Wateringen. En de Parmentier, de laatste in tact zijnde textielfabriek van Leiden, moest wijken voor een nieuwbouwplan van De Lange en Van der Plas. Deze Katwijkers bouwden er 53 woningen, 800 vierkante meter bedrijfsruimte en een nieuwe Koets-o-theek die uit de Kruisstraat verdween. Hier realiseerden zij vijf nieuwbouwwoningen. Na veel protest, zowel van krakers als van Stiel, die streden om het industrieel erfgoed van Leiden te behouden, viel in 1993 het doek voor de Parmentier, oftewel het ICO-Athibu gebouw naar de sanitairhandel die erin huisde. En de Koets-o-theek? Die sloot haar deuren definitief op 31 december 2014.

Heen en Weer
De stad leeft, ademt, verandert en gaat heen en weer. Zomer in Leiden, geniet ervan!

Meer lezen?
Geschiedenis van de Maredijkbuurt in Leiden, Jan Hengstmengel
Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart
Negen eeuwen markt in Leiden, Eric Jan Weterings
http://www.jaapmoggre.nl/Langegracht/Lammermarkt/Lammermarkt.html